Tien pyjama’s opvouwen

Het draaiende houden van het huishouden en het verzorgen van de kinderen is de taak van Wietske. Het is een gigantische klus die nooit klaar is. Wietske is als het ware de manager in het bedrijf Dijkstra en delegeert taken aan haar man, de twaalf kinderen en de ‘hulpen’. Zo moet Anna als ze twaalf jaar is in de Paasvakantie helpen op de bovenverdieping. ‘Ik had er niet veel zin in. Maar daar was niks aan te doen’, schrijft ze in net handschrift in haar dagboek van school. ‘Ik moest eerst tien pyjama’s opvouwen. Later, toen de bedden opgemaakt waren, ging mijn moeder zwabberen, daarna moest ik alles afstoffen.’

Een fragment uit het boek dat ik samen met deze familie (de namen zijn wegens privacy veranderd) maakte. Het boek bevat jeugdherinneringen en geeft ook een tijdsbeeld van de jaren dertig tot en met zestig. Met een economische crisis, een wereldoorlog en de wederopbouw die daarop volgde zag het leven er toen totaal anders uit dan tegenwoordig. Het was een tijd van hard werken, zorgen en ‘niet zeuren’, maar ook was er gezelligheid en grote saamhorigheid.