Wonen in het oude wijnpaleis in Sneek

Als Sietze (63) en Nienke (52) van der Krieke-Doodkorte iets doen, dan doen ze het goed. Onder dat motto lieten ze het oude ‘wijnpaleis’ op de hoek van Sneker Kleinzand en Jousterkade omtoveren een woonhuis en vier appartementen. Na jaren is het Rijksmonument weer bewoond, en hoe. Sietze van der Krieke: “Eerst was het wijnpaleis, nu is het ons paleis.”

Wie moet wachten voor de brug – en daardoor wordt gedwongen even om zich heen te kijken – heeft al zicht op het hoge herenhuis aan de hoek Kleinzand en Jousterkade. Een statig balkon en portaal prijken aan de Jousterkade. Geen wonder dat Snekers het in de negentiende eeuw wijnpaleis noemden. Wijnhandelaar Lambertus Veen liet het in 1864 bouwen, vertelt eigenaar Sietze van der Krieke in de lichte en moderne aangebouwde keuken. “Eerst was het een wijnpaleis, nu is het ons paleis. We woonden al een jaar of vijftien in Sneek, twee keer in een nieuwbouwwijk, maar wilden op termijn wel eens iets anders. Ook met het oog op de oude dag. Die wens kwam in een stroomversnelling toen ik dit pand zag.”

Want toen Sietze ongeveer twee jaar geleden met een makelaar ging kijken zag hij meteen voor zich hoe het moest worden. “Er was sinds de jaren tachtig niets meer aan gedaan, maar daar kon ik wel doorheen kijken. De huisartsenpraktijk was beneden aan het Kleinzand en het gezin woonde in de rest van het herenhuis. Het had dus twee ingangen. Perfect voor mijn plan: het opsplitsen in meerdere appartementen. Het is voor ons ook een investering in vastgoed.”

Perfect
Zijn vrouw Nienke Doodkorte was in eerste instantie niet zo enthousiast. “De kinderen waren het huis uit en wij zijn veel op reis. Voor ons internationaal georiënteerde bedrijf BOSO, maar ook privé. We wilden juist kleiner gaan wonen. Daarbij hou ik van strak en modern, en dat was dit zeker niet.” Toch werd Nienke tijdens een rondleiding verliefd op de originele houten trap uit 1864 en het licht dat op de eerste verdieping door de vele ramen naar binnen viel. En toen Sietze zijn plannen uit de doeken deed, zag ook zij het resultaat steeds meer voor zich.
Daarbij diende zich een perfecte mogelijkheid aan om haar moeder dichterbij te hebben. Zij woont inmiddels in het appartement in het deel waar ooit de dokterspraktijk en wachtkamer was. Nienke: “Ik ga twee keer per dag eventjes naar haar toe. En ’s zaterdags eet ze altijd met ons mee. Het is eigenlijk ideaal zo. We hebben ons eigen leven, maar kunnen elkaar makkelijk opzoeken.”

Rijksmonument
De architect Albert Breunissen Troost, die het aanzien van Sneek in de tweede helft van de negentiende eeuw bepaalde, ontwierp het herenhuis. Het is een van de weinige nog in redelijk oorspronkelijke staat verkerende ontwerpen van zijn hand. Mede daarom is het een Rijksmonument. Gelukkig vormde die status voor de verbouwing geen probleem. Sietze: “De ambtenaar van Rijksmonumenten is met ons door het pand geweest. Hij heeft ons gewezen op een aantal historische elementen die moesten blijven. Dat waren onder andere de marmeren tegels in de hal, de originele trap en de oude houten wand bovenin.”
De Van der Kriekes zetten een grondige verbouwing in gang en lieten de historische delen restaureren. Sietze wijst op de marmeren tegels in de hal: bijgewerkt, gepolijst en opnieuw gelegd, zodat ze bijna gloednieuw lijken. Datzelfde geldt ook voor de gladde houten trapleuning. Nienke wist de originele mintgroene kleur van de versierde spijlen te vinden, zodat de trap weer helemaal zo is als hij was in 1864. De trap leidt naar de huurappartementen, waar de originele houten ornamenten nog op de originele (lage) deuren hangen, onderdeel van de houten wand die intact moest blijven. Ook de ornamenten, een fruitschaal voorstellend bijvoorbeekd, zijn weer zoals ze oorspronkelijk geweest moeten zijn: met wit en goudkleur beschilderd.

Pronkstuk
Hoewel Nienke vooral verliefd werd op delen van het herenhuis die niet bij hun eigen appartement horen, is het pronkstuk van het huis wél haar domein. Dat is de kamer achter het balkon, die uitzicht biedt op de stadsgracht en nieuwere wijken van de stad. Nienke: “We denken dat de wijnhandelaar hier zijn woonkamer had. Omdat de schouw hier is, maar ook het versierde plafond.” De hoogte van de kamer, de zwartmarmeren schouw en het plafond met ornamenten geven een gevoel van luxe. Ook hier is vakkundig gerestaureerd. En die hoge kastwanden? Ze zijn precies in de stijl van de oude lambrisering gemaakt. Het typeert de Van der Kriekes, die niet van half werk houden. Sietze: “Als ik iets doe, dan doe ik het goed.”

Modern

Sietze en Nienke hebben respect voor het historische, maar houden vooral ook van modern design en comfort. Dat is te zien aan de meubelen, de open trap in hun eigen appartement en de moderne schilderkunst in de hal. Ook de tuin – waar nog aan wordt gewerkt – oogt eigentijds door de grote tegels en een loungeset. De keuken in de grotendeels glazen uitbouw is in plaats gekomen van een iets kleinere uitbouw die er al was. Voor de aanbouw kregen Sietze en Nienke onlangs de Kleine Bouwprijs van Sneek, die bestemd is voor kleine bouwwerken met architectonisch detail. De jury prees vooral het gebruik van materialen die aansluiten bij het historische hoofdgebouw, zoals de metalen kozijnen en zink op het dak. Het vele glas en de lichtstraat in het dak maken het een prettige leefruimte. En ook hier de verwarring over oud en nieuwe elementen. De houten vloer lijkt verweerd, maar het is een PVC-vloer. “Daardoor was vloerverwarming mogelijk.”

Grondigheid

De Snekers zijn volgens het stel blij dat het herenhuis weer een bestemming heeft, want het stond al jaren te koop. En ook de Van der Kriekes zelf vinden het fijn om een dergelijk pand meerwaarde te geven. Ook voor de huurders en de stad. Overal lieten ze driedubbel glas zetten en houten jaloezieën ophangen, zodat het pand van de buitenkant nog een geheel uitstraalt. En om lekkages te voorkomen, plaatsten ze in alle appartementen nieuwe wasmachines.

Ook de buitenkant wordt grondig aangepakt. Vanaf een steiger is de schilder al maanden bezig. Sietze: “Snekers klagen regelmatig dat de steiger in de weg staat – in bewoordingen die de schilder soms niet wil herhalen. Dat vind ik jammer. Er zaten wel veertien lagen verf op de kozijnen. Het is altijd overgeschilderd. Ook daarin zijn we dan weer precies. Zoals ik al zei: als we iets doen, doen we het goed.”

Friesland Post
Fotografie: Cor Pot